Cookies & Privacy

We gebruiken cookies om uw ervaring te verbeteren en statistieken bij te houden. Meer informatie vindt u in onze privacyverklaring.

Gletsjers, bergmeren en steppenatuur: de verrassende landschappen van Oostenrijk

Gletsjers, bergmeren en steppenatuur: de verrassende landschappen van Oostenrijk

Oostenrijk en de Alpen zijn bijna onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch bestaat het landschap uit veel meer dan groene bergweiden en besneeuwde toppen. In het westen liggen diepe gletsjerdalen en scherpe bergkammen, terwijl het oosten geleidelijk verandert in een laag en droog landschap dat bijna aan de Hongaarse steppe doet denken.

Daartussen liggen kalksteenplateaus, watervallen, rivierdalen en tientallen meren. De hoogteverschillen zorgen bovendien voor sterke contrasten binnen korte afstanden. Op één dag kun je tussen wijngaarden wandelen en enkele uren later uitzicht hebben op gletsjers en toppen van meer dan drieduizend meter.

Grossglockner: een landschap van steen, sneeuw en ijs

Met 3.798 meter is de Grossglockner de hoogste berg van Oostenrijk. De berg ligt in de Hohe Tauern en wordt omringd door een uitgesproken hooggebergte van rotsen, sneeuwvelden en gletsjers.

Een van de bekendste manieren om het gebied te bekijken is via de Grossglockner Hochalpenstrasse. Deze bergweg klimt vanuit groene valleien naar een landschap boven de boomgrens. Onderweg verdwijnen bossen en maken ze plaats voor bergweiden, kale rotsen en sneeuwvelden.

Vanaf verschillende uitzichtpunten zijn de omliggende toppen zichtbaar. Door het grote hoogteverschil kan het weer hier snel omslaan en kan het in de bergen aanzienlijk kouder zijn dan in de dalen.

Pasterze: Oostenrijks grootste gletsjer

Aan de voet van de Grossglockner ligt de Pasterze, de grootste gletsjer van Oostenrijk. De ijsmassa stroomt vanuit het hooggebergte langzaam richting het dal.

Het landschap rond de gletsjer laat duidelijk zien hoe krachtig ijs kan zijn. Rotsen zijn gladgeschuurd en langs de randen liggen morenes van stenen en puin die door de gletsjer zijn meegevoerd.

De Pasterze is de afgelopen decennia sterk kleiner geworden. Vanaf historische uitzichtpunten is goed zichtbaar hoeveel het ijs zich heeft teruggetrokken. Daardoor is het gebied niet alleen indrukwekkend, maar ook een tastbaar voorbeeld van veranderingen in het klimaat van de Alpen.

Krimml: water dat honderden meters naar beneden valt

In het westen van de Hohe Tauern liggen de Krimmler Wasserfälle. Het water van de Krimmler Ache valt hier in verschillende etappes honderden meters naar beneden.

De watervallen worden gevoed door smeltwater en neerslag uit de omliggende bergen. Vooral in de late lente en vroege zomer kan er veel water naar beneden stromen.

Een wandelpad volgt verschillende delen van de waterval omhoog. Vanaf de hogere punten kijk je terug over het dal, terwijl het geluid van het vallende water op korte afstand bijzonder krachtig kan zijn.

De Grüner See verdwijnt bijna ieder jaar opnieuw

In Stiermarken ligt een klein meer met een bijzonder seizoensritme. De Grüner See staat bekend om zijn heldere groene water, maar de omvang van het meer verandert sterk gedurende het jaar.

Wanneer in het voorjaar sneeuw in de omliggende bergen smelt, stroomt grote hoeveelheden water naar het dal. Het waterpeil stijgt en delen van het omliggende landschap kunnen tijdelijk onder water komen te staan.

Later in het jaar zakt het water opnieuw en wordt het meer aanzienlijk kleiner. Daardoor ziet hetzelfde gebied er afhankelijk van het seizoen compleet anders uit.

Dachstein: een enorme muur van kalksteen

Het Dachsteinmassief ligt op de grens van Opper-Oostenrijk en Stiermarken. De hoge kalkstenen bergen steken opvallend boven de omliggende valleien en meren uit.

Op grotere hoogte liggen kale rotsplateaus, sneeuwvelden en resten van gletsjers. Regen- en smeltwater verdwijnen op verschillende plaatsen via scheuren in het kalksteen naar ondergrondse grotten.

Daardoor bevindt een deel van het bijzondere landschap zich onder de grond. In het Dachsteingebied liggen grote grottenstelsels, waaronder ijsgrotten waarin ook tijdens warme maanden ijsformaties aanwezig kunnen blijven.

Hallstätter See: bergen die rechtstreeks uit het water oprijzen

Aan de voet van het Dachsteinmassief ligt de Hallstätter See. Het langgerekte meer wordt aan verschillende kanten omringd door steile berghellingen.

Het dorp Hallstatt ligt op een smalle strook tussen het water en de berg. Daardoor zijn huizen dicht tegen de helling gebouwd en loopt een deel van de infrastructuur door tunnels.

Vanaf het water wordt duidelijk hoe weinig vlak land er beschikbaar is. De bergen lijken vrijwel rechtstreeks uit het meer omhoog te komen en vormen een decor dat sterk verandert met het weer en de seizoenen.

Salzkammergut: tientallen meren tussen de bergen

Het Hallstätter See is slechts één van de vele meren in het Salzkammergut. Deze regio bestaat uit een afwisseling van helder water, beboste heuvels en kalkstenen bergmassieven.

Wolfgangsee, Attersee, Traunsee en Mondsee hebben ieder een ander karakter. Sommige liggen tussen hoge bergen, terwijl andere worden omringd door zachtere groene heuvels.

Veel meren zijn tijdens en na de ijstijden gevormd. Gletsjers slepen diepe kommen uit die na het smelten van het ijs met water werden gevuld.

De Donau snijdt door de Wachau

Niet alle beroemde Oostenrijkse landschappen liggen hoog in de bergen. Tussen Melk en Krems stroomt de Donau door de Wachau, een vallei met wijngaarden, bossen en historische dorpen.

Op zonnige hellingen worden druiven verbouwd en in het voorjaar bloeien in de regio grote aantallen abrikozenbomen. Kastelen, kloosters en ruïnes liggen op verschillende hoogtes boven de rivier.

Het landschap is hier veel zachter dan in de Alpen. Toch zorgen de steile rivierhellingen en grote bochten van de Donau voor opvallende uitzichten.

Gesäuse: waar de Enns tussen kalksteenbergen verdwijnt

In Stiermarken ligt Nationaal Park Gesäuse. Hier stroomt de rivier de Enns door een smalle doorgang tussen steile kalksteenbergen.

Het water stroomt op verschillende plaatsen snel over rotsen en door nauwe stukken van het dal. Direct daarboven rijzen de grijze bergwanden omhoog.

Bossen bedekken de lagere hellingen, terwijl hogerop vrijwel alleen kaal gesteente zichtbaar is. Daardoor heeft het gebied een veel ruiger karakter dan de bekende groene vakantiedalen van Tirol en Salzburgerland.

Neusiedler See: bijna geen bergen meer te zien

Wie helemaal naar het oosten van Oostenrijk reist, kan bijna vergeten dat hetzelfde land de Grossglockner bevat. Rond de Neusiedler See is het landschap uitzonderlijk vlak.

Het ondiepe meer ligt op de grens met Hongarije en wordt omringd door enorme rietvelden. De horizon is breed en open en het klimaat is droger en warmer dan in veel Alpenregio's.

Rond het meer liggen graslanden, zoutachtige plassen en wetlands. Het gebied vormt een belangrijk leefgebied voor vogels en heeft landschappelijk meer overeenkomsten met de Pannonische laagvlakte dan met de Alpen.

Van hooggebergte naar steppe in enkele uren

Het bijzondere aan Oostenrijk is dat de overgang tussen deze landschappen binnen relatief beperkte afstanden plaatsvindt. In het westen domineren bergen vrijwel ieder uitzicht. Richting Wenen worden de dalen breder en ten oosten van de hoofdstad opent het landschap zich steeds verder.

Ook het klimaat verandert mee. De westelijke berggebieden ontvangen veel neerslag en sneeuw, terwijl Burgenland warmere en drogere zomers kent. Dat verschil zie je terug in de vegetatie, landbouw en natuur.

Oostenrijk is daardoor veel meer dan één groot Alpenlandschap. Gletsjers, kalksteenbergen en bergmeren vormen weliswaar het spectaculaire westelijke decor, maar juist de overgang naar rivierdalen, wijngaarden, wetlands en open steppegebieden laat zien hoe veelzijdig het land werkelijk is.